In Poeldijk bestaat nog altijd de traditie van de latijnstalige uitvaart, waarbij het Requiem van Don Lorenzo Perosi wordt gezongen.
In verschillende andere kerken in het Westland was dat evenzeer het geval, maar naar wij menen te weten is daar die traditie daar niet langer levend.
Sommige gangbare dingen worden eerst oud en daarna een te koesteren traditionele gebeurtenis.
Na jaren van nieuwe stromingen en meningen, is het zingen van Perosi bij uitvaarten tot een bijzonderheid geworden.
De laatste tijd neemt de belangstelling voor de latijnstalige liturgie toe en wordt ook van kerkelijke zijde het gebruik van Latijn wederom gestimuleerd.
De jongere mensen van vandaag hebben daarbij een grotere belangstelling voor mystiek en de vormgeving van liturgische bijeenkomsten.
Vervolgens trekken rond een uitvaart twee bijzondere aspecten de aandacht:
- de aanwezigheid van veel rand- en buitenkerkelijke mensen in de kerkdienst
- onvermogen en gêne om actief mee te zingen
In Poeldijk leefde in 2009 de gedachte om in bredere zin de traditie van het zingen van de latijnstalige Requiem en in het bijzonder de toonzetting van Don Lorenzo Perosi zeker te stellen en nieuw leven in te blazen.
Daarom heeft dirigent en bestuur van de Zangkoren “Deo Sacrum” die mensen proberen te interesseren om het Requiem van Perosi mee te zingen.
Bij die uitnodiging gaan we er van uit, dat u en uw stem nog behoorlijk “mee kunnen”. U hoeft de mis echter [nog] niet te kennen! Uw enthousiasme is het belangrijkste.
Wat we niet willen is mensen van het ene koor weghalen om elders te gaan zingen: we bedoelen het als een plus, als een extra.
Concreet is de gedachte om één of enkele repetities te organiseren, zodat de deelnemers de mis kennen en enkele, bij een uitvaart gangbare, gezangen en motetten aan te leren, waardoor een basisrepertoire ontstaat.
Vervolgens bieden we de mogelijkheid van de latijnstalige uitvaart aan, aan kerken en uitvaartondernemers, op de eerste plaats in het Westland.
Mail ons, als u interesse hebt & vertel het verhaal aan collega-zangers die wij niet bereiken en nodig ze uit..
Jos Vranken
Namens Zangkoren Deo Sacrum
Ons Perosi-koor heeft in de achter ons liggende periode een aantal keren op een goede manier uitvaartdiensten begeleid.
Een spanningsveld is en blijft natuurlijk de inspanning van de koorleden, afgezet tegen het gewenste programma.
Dat is niet altijd helemaal op elkaar af te stemmen.
Bij nu voorkomende gevallen, zullen we bij de aankondiging proberen aan te geven of de gehele Requiem, een groot gedeelte, of een bescheiden gedeelte zal worden gezongen.
In september en oktober zijn er weer repetities voorzien en wel op 3 september om 10.30 uur, op 15 oktober om 10.30 uur en: -pas op!!- op dinsdagavond 1 november! Dat is dan de generale repetitie voor de dienst op 2 november, wanneer om 19.00 uur de Allerzielendienst is geprogrammeerd.
Bij de repetities zullen we ook aandacht schenken aan enkele motetten, die (nog) niet door iedereen zijn gekend.
Zijn we bij de diverse diensten steeds erg ingenomen met het aantal deelnemers, nog steeds meestal rond de 30 mannen!, maar ik wel met nadruk aan iedereen vragen om de repetities bij te wonen, omdat we nog veel te doen hebben en het verschil tussen de “doorgewinterde” Perosi-zangers en de wat minder ervaren mensen redelijk groot is.
Kom niet alleen omdat je denkt het zelf nodig te hebben, kom vooral ook, om een steun te zijn voor andere zangers!
Graag tot ziens!
Jos Vranken

Pierluigi Lorenzo Perosi werd geboren 21 december 1872 in Tortona en stierf op 12 oktober 1956 in Rome. Don Lorenzo Perosi kreeg zijn eerste muzieklessen van zijn vader, Giuseppe Perosi (1849-1908), die Maestro di Cappella van de Kathedraal van Tortona was, een prominent kerkmusicus. Na studies aan het Conservatorio Santa Cecilia in Rome, studeerde Perosi aan het conservatorium van Milaan bij Michele Saladino.
In 1890, toen hij achttien jaar was werd Perosi organist en maestro di canto aan het Benedictijnerklooster te Monte Cassino. Hij kreeg zijn diploma van het conservatorium in Milaan in 1892 en daarop volgend ging hij een jaar lang studeren aan de Kirchenmusikschule bij Franz Haberl, die deze in 1874 gesticht had.
Toen Perosi 21 jaar was werd hij muziekleraar aan het seminarie van Imola tot augustus 1894. In mei 1894 leerde Perosi in Mantua Kardinaal Sarto kennen, toen Patriarch van Venetië, die Paus Pius X zou worden, een ontmoeting die de rest van zijn leven zou beïnvloeden. Zij raakten bevriend en samen werkten zij aan de vernieuwing van de liturgische muziek. Binnen twee weken na hun ontmoeting werd Perosi officieel benoemd tot maestro di capella aan de San Marco in Venetië en in september 1895 werd Perosi door kardinaal Sarto tot priester gewijd.
In 1898, gebruikte kardinaal Sarto zijn invloed bij Paus Leo XIII, om Perosi de prestigieuze post van Maestro Perpetuo della Cappella Sistina (levenslang dirigent van het koor van de Sixtijnse Kapel) in Rome te bezorgen.
Ondertussen leidden de artistieke kwaliteiten van zijn werk tot een succesvolle en regelmatige uitvoering door heel Europa. Hij werd geëerd van Parijs tot Wenen en Perosi werd verwelkomd door de grootste artistieke persoonlijkheden van die eeuw. Uit die wijdverbreide kring van kennissen ontstonden vele lange vriendschappen.
| In 1902 vestigde hij zich permanent in Rome. Op zijn aandringen beëindigde Leo XIII de praktijk van castraten in het pauselijk koor. Na de dood van de Paus, dirigeerde Perosi de Grote Begrafenismis en slechts enkele dagen later leidde hij de muziek voor de kroning van vriend en vroeger Patriarch, nu Paus Pius X. Onder de werken gezongen bij deze gelegenheid waren Palestrina's Missa sine nomine en Perosi's eigen Oremus pro Pontifice. |
![]() |
| Enkele maanden na zijn kroning bracht Pius X een Motu Proprio uit over de hervorming van de kerkmuziek, waaraan Perosi, Fr. Angelo De Santi en Carlo Respighi hadden meegeschreven. De Motu Proprio was een pauselijke declaratie die stelde dat Gregoriaanse zang onmiddellijk in ere hersteld moest worden in alle katholieke kerken over de hele wereld. Hij stichtte een Schola puerorum, waar arme jongens muziek konden studeren. Hij bleef reizen maken door heel Europa om zijn werken te dirigeren en muzikale hervormingen te bevorderen. Ondanks onderbrekingen in zijn directie, bleef Don Perosi 'Mastro Perpetuo' tot aan zijn dood, meer dan 50 jaar later. Na 1907 begon Perosi intenser aan psychologische en neurologische problemen te lijden, de eerste tekenen hiervan hadden zich in 1906 geopenbaard. De dood van zijn vader in 1908 verdiepte zijn depressie evenals de dood van zijn moeder een aantal jaren later. |
|
In 1923 was Perosi weer volop terug in actie, veel componerend en in de laatste tien jaar van zijn leven hield hij een druk directieschema aan.
Perosi leverde met zijn oeuvre, dat o.a. ongeveer 40 missen, 150 psalmen, 13 oratoria, verscheidene motetten, een requiem, een Te Deum en een Stabat Mater omvatte, een belangrijke bijdrage tot de heropleving van de Palestrina-stijl. Hij kreeg navolging van verscheidene Italiaanse en Spaanse componisten van kerkmuziek.
Jos Vranken