De één na laatste repetitie van de vrouwenschola was misschien wel de leukste repetitie van het hele jaar. Ik zeg met opzet, de één na, want er komt nóg een repetitie aan.
Tijdens die op één na laatste repetitie kwam de dirigent niet opdagen en zijn invalster ook niet.
Twee leden van de schola stonden voor een gesloten deur in de gang.
Het was bij zevenen.
Gelukkig kwam Andrea eraan met de sleutel en het bericht dat de dirigent later zou komen en na een telefoontje bleek Toos in Utrecht te zijn voor een afstudeer-iets van een familielid.
Na deze melding ontstond er enige hilariteit tussen de koorleden, want als de kat van honk is...
De graduales worden opengeslagen. Eerst maar eens kijken naar de viering van 30 juni as. Een warboel van gele lintjes, maar niet op de bladzijden waar ze horen te liggen. Dat komt omdat we met meerdere vieringen tegelijk bezig zijn. Dan heb je te weinig lintjes. Gelukkig steken er ook nog allerlei met potlood vol gekriebelde papiertjes uit. Op één er van staat: Introitus, blz 297.
'Omnes gentes plaudite manibus' Vertaling: klap eens in je handjes.
Alle koorleden beginnen op eigen wijze te hummen en te neuriën. Dat levert een kakafonie aan geluiden op. Gelukkig heb ik kennis van de do- en de fa-sleutel. De do-sleutel is een stokje met boven- en onderaan een blokje. Bij de fa-sleutel zitten er drie blokjes aan datzelfde stokje. En dan is het een kwestie van kijken of de noten hoger of lager staan op de notenbalk. Ik ga dan eventueel uit van do of fa. Tel op, trek af. In ieder geval kom ik er een eind mee. Als ik de melodie te pakken heb, valt iedereen in.
Het 1-vingersysteem dient zich aan. Een koorlid meldt dat zij best wat op de piano mee kan pingelen, als wij maar zeggen om welke beginnoot het gaat.
Twee koorleden spoedden zich vervolgens achter de piano. De een begint op de hoge tonen te pingelen. De ander halverwege. Een van de pingelaars zegt dat zij telkens een noot over heeft, maar misschien heeft zij een toets te weinig. En achter de piano is alles zo zwart/wit. Vóór de piano is het een ratjetoe.
'Kan het niet wat lager?' vraagt een alt op hoge toon aan de hoge pingelaar.
Wij kijken hulpzoekend naar andere Toos, maar die laat het afweten. 'Natuurlijk' zegt zij, 'natuurlijk kan ik pianospelen, maar dit is Gregoriaans'. Oh ja, één notenbalk minder. En minder is ook vaak meer! Toch komt het na verloop van tijd best wel goed met het Introïtus. Iedereen enthousiast. Op naar de Communio: 'Inclinia aurem tuam'. Blz 300 met het vers op blz 291. Gelukkig komt andere Toos nog met een aanwijzing. 'Niet teveel van dat zware a-a-a-a bij dat ruas'. Je moet er als het ware luchtig overheen dansen. En dat doen we. We wanen ons in de zevende hemel. Het gaat eigenlijk best wel goed zonder dirigent, zeggen we tegen elkaar. En wat zou dat niet een hoop geld schelen, denk ik bij mezelf. Nooit meer leuren met die rot loten. Een Deo Sacrum zonder dirigent, een geheel nieuw en eigen geluid.
Dan slaat het noodlot toe! We krijgen het Kyrië van de Xe mis niet van de grond, laat staan het Gloria. We zoeken ons toevlucht dan maar tot het ons welbekende 'O filii et filiae(los vel). Vijftien coupletten met refrein. We kunnen het wel dromen! Tot slot het 'In manus tuas'.
Dan gaan we aan de koffie. Er wordt een doos op tafel gezet. Er was iemand jarig. De dirigent komt binnen en verontschuldigt zich. Ze hadden hem verkeerd ingepland bij de 'Rotary'. Niet aan het begin maar ergens tussenin. 'Hoe kan ik het goedmaken?, vraagt hij schuldbewust. Zo te zien, meent hij het nog ook. We hadden een miljoen kunnen vragen.
'Het ging best goed,' zeiden wij. Niemand heeft tegelijkertijd adem gehaald. We zagen bijna blauw.'
'En dankzij andere Toos hebben wij het Gregoriaans meer dansend leren zingen.'
'En we korten de togen in tot boven de knie', zeg ik. Hij lacht en zijn verontschuldigingen worden gesmoord door het gekraak van knappende negerzoenen.

Gemma van der Sande