De schola vangt haar repetitie steevast aan met 'Repleatur... en eindigt meestal met 'In mánus tuas.... Ik schrijf 'meestal', want soms slaan wij 'In mánus tuas over en beginnen wij direct aan de koffie. In zo'n geval was er meer repetitie nodig, waardoor 'In manus tuas' in de knel komt of heeft de dirigent gewoon trek in koffie.
Deelname aan de schola is een heikele kwestie. Ja, er is na afloop van de repetitie koffie, maar wij zijn een door het geringe aantal leden, kwetsbaar groepje, dat eigenlijk geen uitval kan verdragen. Uitval betekent naderhand op de blaren zitten, maar wonder boven wonder pakt het meestal nog aardig uit.
Ik doe er alles aan om op de repetitie te verschijnen, maar dat is heel moeilijk als je in een nieuw te bouwen wijk woont.
Neem nu die ene repetitieavond. Ik haastte mij naar mijn plaggenhut. Zo gaat je auto er al na een paar weken uitzien, maar ik kon hem niet vinden.
Gestolen dus! Over mijn toeren rende ik naar huis, waar ik bijna de deurbel door de stijl heen drukte. Mijn man kwam sacherijnig naar de deur, want hij was voor het eerst van zijn leven een afwasmachine aan het inruimen en dat vergt de nodige concentratie. Eén rond bonkend lepeltje kan
de afwasmachine doen ontploffen , had hij in de gebruiksaanwijzing gelezen en daarmee je hele huis.
'Wat is er nu weer!' vroeg hij kwarrig. 'De auto is gestolen', riep ik vertwijfeld op mijn horloge kijkend.
Op een schoen en een slof liep mijn man naar de hoek van het huis, gluurde er om heen, en wees 'en wat is dat daar dan, daar staat ie toch!'
'Ja maar daar heb ik hem helemaal niet neergezet. Ben jij er soms mee weg geweest?'
'Ikke niet', zei mijn man, jij hebt hem daar zelf neergezet, maar dat weet jij natuurlijk niet meer'.
'Volgens mij stond ie aan het eind van het zijstraatje en niet hier in het begin. Dan hebben ze hem van de bouw hierheen gesleept, stond ie zeker in de weg', gaf ik er een draai aan.
Maar mijn man was alweer op weg naar de afwasmachine.
Er zijn twee manieren om uit mijn nieuwbouwwijk te ontsnappen. Weg A en weg B. Die betreffende avond werd ik naar weg B geleid. Terwijl mannen in machines op grote rupsbanden met grijpers enge dingen in de lucht deden, zoals ongestructureerd ladingen zand en stenen laten vallen, voelde ik mij net een glazen knikker in zo'n flipperkast, die een hoop barricades moet overbruggen om het eindpunt te bereiken.
Net toen er een kuub zand op mijn auto gestort zou worden, gaf ik mijn stuur een enorme zwieper naar links, want van rechts naderde een cementwagen met zo'n ronddraaiend object bovenop. Ik kwam in een kuil terecht. Modder belette mij het uitzicht. Ruitenwissers sloegen op tilt en ik wist nog net op tijd een rol op hol geslagen prikkeldraad te ontwijken.
De uitgang bij weg B naar de bewoonde wereld bleek een uiterst smalle corridor geplaveid met ijzeren golfplaten die een hels kabaal produceerden. Ongehoord een slippertje maken was er hier niet bij.
Toen ik eindelijk 'de Leuningjes' naderde was ik de meeste ellende al weer vergeten en of ik nog heelhuids mijn voordeur weer zou bereiken die avond interesseerde mij op dat moment ook geen zier, want ik hoorde de dirigent zeggen 'in manus tuas slaan we deze keer maar over'. Dus kon ik meteen aan de koffie.
Gemma van der Sande