
Het was een groot koor dat zich opmaakte voor de Kerstuitvoering van de Messe Solennelle van César Franck. Een mis voor 3 stemmen waarvoor de dirigent in schaarse vrije uurtjes de altpartij formuleerde. Het repetitielokaal vulde zich met de vertrouwde verschijningen van Deo Sacrum leden, project deelnemers bekend van de Matthäus Passion en een aardige groep kamerkoorleden. Iedereen had er zin in van deze feestelijke productie weer iets bijzonders te maken. Het subsidiespook leek er nog geen vat op te hebben. Bij het instuderen van de muziek werd steeds enige uitleg gegeven teneinde subtiliteiten en noodzakelijkheden aan te geven. Het orkest zou bijvoorbeeld met 2 harpen het begin van het Gloria omspelen, en in die klinkende klankenwaterval wil je de weg niet kwijtraken. Goed opletten dus, je concentreren op uitspraak en articulatie. En tellen. Er kan een soort duizendpoot bezit van je nemen die met vele pootjes die taken op de achtergrond regisseert. Maar het resultaat is wel merkbaar aan het eind van een repetitie. De uitvoering op Kerstmorgen was weer bijzonder en inmiddels is bekend dat een reprise gepland is voor Zaterdag 28 Januari, ’s avonds om 19.00u. Misschien met meerdere instrumenten omspeeld, daar zit nog beweging in.
Die eerder genoemde duizendpoot komt niet uit de lucht vallen. Ook de dirigent zelve heeft er trekjes van. Niemand verbaast zich als hij zich als regisseur of choreograaf ontpopt, en geëigend seizoen of niet, ook nog met carnavaleske trekjes. Er gaan veel kwaliteiten in zo’n dirigent schuil. Dat merk je vooral weer bij het afronden van de repetities voor het Driekoningenconcert. Allerlei opstellingen worden geoefend en soms op het laatste nippertje gewijzigd. Ideeën buitelen over ons heen en wij tuimelen niet eens mee. Evenals een barre ontbreken ons echter de spitzen. Sommigen van ons lopen dan gewoon op hun tenen. Eerlijk gezegd zijn onze bewegingen hier en daar wat houterig, wij moeten het meer hebben van goed geoefende stembanden, ondersteund door de juiste ademhaling. Wel maakte de herensectie een mooie halve draai, en daarnaast soleerden verschillende kamerkoorcoryfeeën, zowel vocaal als aan de vleugel. We droegen bij de uitvoering geen glanzend tutuutje, wel een feestelijke harmonie in zwart met een overhemd of corsage in fris rood, en we zongen verschillende malen bij de levende en inspirerende klanken van het High-Five blazers ensemble dat ook nu weer excelleerde. De Kersttijd werd op deze wijze optimaal beleefd. Alsof er buiten geen gehaaste maatschappij voortraast. De korte dagen, het vroeg invallend donker, helpen daar wel bij.
Het Driekoningenconcert markeerde het afscheid van die donkerste tijd in het jaar. We genoten nog even van de muziek die daarbij hoort. Er liep een gouden draad door de liederen. Ons feestprogramma begon immers met de engel die een blijde boodschap brengt, daarom presenteerden we het hele Kerstverhaal tot en met het bezoek van de 3 Koningen, de wijzen uit het Oosten met hun Koninklijke gaven. Zodat de luisteraar een in allerlei toonaarden gezongen, uit diverse windstreken en muzikale perioden afkomstig, klinkend verhaal te horen kreeg.
Na afloop van het concert was aan diverse reacties te merken dat het liederenmenu de luisteraars goed is bekomen. Wat stond er dan zoal op dat menu? Om te beginnen: ‘ Vrees niet Maria, vrees niet’. Er is al verwezen naar het bezoek van de engel die spreekt over het werkelijk, en in het lied breed uitgesponnen, eindeloos durende koninkrijk van de aangekondigde boreling. Er zal geen einde aan zijn. Saai? Over zo’n kind kun je rustig een heel concert vol zingen. In ‘Noel’ zong Margriet van der Lubbe - in een heerlijke solo begeleid door een achtergrondkoor van de heren - over de engelen, boodschappers van de geboorte zelf, die zij met een lieve wens terugstuurt naar de blauwe hemel . ‘The crown of roses’ op muziek gezet door P. I. Tchaikovsky, bezingt de jeugd van het kind dat door een spelend groepje al jong met de roosdoornen uit zijn eigen tuintje wordt gekroond. Begeleid door de blazers van Hi – Five zongen we vervolgens twee werken van John Rutter. Nativity Carol en Christmas Lullaby. Vooral bij het laatste lied waarin aanvankelijk dames en heren om beurten zingen en het refrein gezamenlijk, heeft de melodie een ontroerende klank. In een werk van Julius Röntgen waren de Driekoningen al gemeld, en met hen het effect dat hun visite op de gedachten van de aardse heerser Herodes had. In het ‘Driekoningenlied’ van Hendrik Andriessen worden de wijzen ook nog als wetenschappers gekend. De zoveel duizend jaar verwachte ster laat zich eindelijk zien en kan hen de weg wijzen naar Bethlehems’ geruste dalen. Je ziet hen rondspringen bij hun telescoop ( wat? Die hebben ze helemaal niet nodig bij zo’n supernovum ): eindelijk! Pak je spullen, we gaan op reis…. Hetgeen je ook in de eerste toegift ‘Follow that star‘ kon horen.
Francis Poulenc ziet de Wijzen bij het overhandigen van hun geschenken, terwijl de herders wordt gevraagd hun ontmoeting met het Kind te verkondigen. Het lied ‘Kings of Orient’ stelt de koningen voor met hun gaven nadat zij de verre reis door onherbergzame streken hebben voltooid. In ‘The three Kings’ van Peter Cornelius zong Martien van Dijk een bewogen solo tegen de achtergrond van allereerst de heren- en verderop de verzamelde koorstemmen. Natuurlijk was er ook een ‘Wiegelied’ en wel van Jan Nieland. Een lied voor de moeder zelf: Het lied van de wonderbare Catalaanse Zwarte Madonna . Twee liederen van de Waalse componist F. A. Gévaert waarin het één de verstoring door nachtelijk gedruis bezingt, dat de klager wil oplossen door het jonge gezin in huis te halen, waardoor die woning meteen het machtigste paleis in de schaduw stelt. Het ander geeft in alle toonaarden hoog op over de kwaliteiten van de boreling. Tover dus uit je muziekinstrumenten voor hem de mooiste klanken. Dat is precies wat de blazers van Hi-Five deden. En het was dus een feest om daarbij te zingen. Met dank aan Jos Vranken die voorging in een paar schone uren.
Couleur Vocale gaat weer nieuwe wegen uitstippelen, plannen maken, muziek daarbij zoeken en zich voorbereiden op een volgend optreden. De titel waaronder dat gaat gebeuren is nog even een verrassing. In een volgend Contactblad wordt daarover vast een en ander bekend gemaakt.
Namens de kamerkoorcommissie
Mi-Té Goeijenbier
Met het Driekoningenconcert op zondag 8 januari is een periode van intensief werken voor ons kamerkoor afgesloten.
Ik denk dat iedereen nog met genoegen terugkijkt op de reis naar Boedapest, de optredens daar en de ontvangst en de toeristische activiteiten.
Na Boedapest bleef een aantal mensen het koor trouw, om ook het Driekoningenconcert mee voor te bereiden. Gelukkig!
Dat Driekoningenconcert mocht er zijn!
Een heel gevarieerd programma waaraan door Hi-Five met verve werd medegewerkt.
Er werd op een behoorlijk hoog niveau gemusiceerd en daarbij wil ik dan op de eerste plaats onze solisten complimenteren, deels zeer ervaren, deels ook helemaal niet en ik denk dat vooral de Noël van Holmes (Spontaan applaus!) en The Three Kings hoog scoorden.
Voor wat het koor betreft was vooral de Noël Wallon van Gevaert bijzonder: dat stuk had ik van het koor nog nooit zo gedetailleerd en aansprekend horen uitvoeren!
Jammer dat onze toegiften met kleine probleempjes kampten, waar het idee toch eigenlijk heel leuk was. Het ontbreken van een aankondiging en verklaring in het programmaboekje (mijn idee: sorry!) maakte dat mensen de achtergronden van de nummers soms niet helemaal doorhadden en zo mijn hoed meer als verlangen naar zomerse dagen dan als uiting van Country and Western interpreteerden!
Nu moeten wij ons gaan richten op de toekomst!
Samenstelling en kwaliteit zullen de eerste onderwerpen moeten zijn, die dan aan de orde komen.
Hoe zal de samenstelling zijn van de groep?
Wie wil blijven?
En zeker een algemene stemdoorloop zal na lange tijd nu echt moeten worden doorgevoerd.
Met andere woorden: wie kàn blijven?
Maar ook de samenstelling en de balans tussen de groepen zullen we streng moeten handhaven, wil het koor op enig niveau kunnen blijven opereren.
Nieuw mensen aantrekken schijnt dan ook noodzakelijk!
En dan natuurlijk de vraag: wat gaan we doen, wat willen we en wat kunnen we.
En, gezien de veranderde financiële situatie van Deo Sacrum: kan het koor zich de weelde van een zo’n select koor verder nog permitteren?
Tegen dit soort dingen kun je erg aankijken, je kunt het ook zien als een uitdaging om gezamenlijk de weg uit te stippelen die Couleur Vocale moet gaan en vooral: er samen aan werken om dat dan ook waar te maken, door er met elkaar de schouders onder te zetten!
Jos Vranken